Als je onverhoopt komt te overlijden, is er via ExxonMobil OFP het een en ander geregeld voor de achterblijvende partner en minderjarige kinderen.

Overlijden

Als je overlijdt als je met pensioen bent, ontvangt je partner standaard 70% van het opbouwpercentage van je ouderdomspensioen.

Nabestaandenpensioen voor de partner

De achterblijvende partner (huwelijk, geregistreerd partnerschap, of notarieel vastgelegde samenlevingsovereenkomst) ontvangt een levenslange pensioenuitkering van het pensioenfonds. Dit heet partnerpensioen. Het partnerpensioen wordt uitgekeerd zolang je partner in leven is.

Als je overlijdt tijdens je dienstverband dan krijgt je partner 70% van het ‘te bereiken ouderdomspensioen’. Dit is het pensioen dat je zou krijgen op je 68ste, als je niet was overleden.

Als je overlijdt als je met pensioen bent, ontvangt je partner standaard 70% van het opbouwpercentage van je ouderdomspensioen. Dit percentage kan echter afwijken als gevolg van de keuzes die u kunt maken bij pensionering of als gevolg van een scheiding.

Je kinderen krijgen wezenpensioen

Als je overlijdt dan krijgen je eventuele kinderen wezenpensioen. Jouw kinderen ontvangen een maandelijkse uitkering zolang zij:

  • jonger zijn dan 21 jaar
  • nog studeren totdat ze 27 jaar zijn
  • arbeidsongeschikt zijn

De hoogte van het wezenpensioen per kind bedraagt 0,263% van de pensioengrondslag rekening houdend met het opgebouwde wezenpensioen tot overlijden én de toekomstige jaren dat je pensioen zou hebben opgebouwd tot je 68ste. De wezenuitkering stopt uiterlijk op het moment dat het kind 27 jaar wordt. Als jouw partner voor die tijd ook overlijdt, wordt het wezenpensioen verdubbeld. De wezen hebben gezamenlijk maximaal recht op 3,5 maal het enkele wezenpensioen. Als je meer dan 3 kinderen hebt, wordt het totale wezenpensioen dus verdeeld.

De hoogte van het partner- en wezenpensioen vind je op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.