De Wet toekomst pensioenen moet gaan zorgen voor een duurzaam en houdbaar pensioenstelsel met behoud van het goede van het oude stelsel (solidariteit en het met elkaar delen van risico’s).
Het pensioenakkoord op hoofdlijnen:
- De pensioenregeling wordt een premieregeling met een fiscaal gemaximeerde pensioenpremie. Dat is een regeling waarbij er afspraken worden gemaakt over het geld dat werkgevers en evt. werknemers inleggen voor het pensioen (de premie). Er worden geen afspraken meer gemaakt over de hoogte van de uitkering tijdens het pensioen zoals nu in veel regelingen gebeurt.
- Pensioen gaat meebewegen met de economie. Hierdoor kan het verwachte pensioen ieder jaar omhoog of omlaag gaan. De pensioenuitkering van gepensioneerden gaat zo min mogelijk schommelen maar kan een variabele uitkering zijn.
Lees hier meer over belangrijke veranderingen
De AOW-leeftijd stijgt minder snel
Onderdeel van dit pensioenakkoord is dat de AOW-leeftijd minder snel zal stijgen. De AOW-leeftijd stijgt mee met de gemiddelde levensverwachting. Maar niet even snel.
Onderstaande tabel geeft de nieuwe AOW leeftijden aan:
| Jaartal | AOW leeftijd akkoord |
| 2025 | 67 jaar |
|
2026 |
67 jaar |
|
2027 |
67 jaar |
|
2028 |
67 jaar en 3 mndn |
|
2029 |
67 jaar en 3 mndn |
|
2030 |
67 jaar en 3 mndn |
|
>2030 |
Nog niet bekend, zie svb.nl voor verwachting |
Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd niet met 1 jaar, per jaar dat we langer leven, maar met 8 maanden. Ben je benieuwd wanneer je AOW ontvangt? Kijk dan op de website van de Sociale Verzekeringsbank: SVB.nl.
De pensioenplanner is aangepast aan deze nieuwe AOW leeftijden.
Iedereen krijgt een 'premieregeling'
In de huidige middelloonregeling is de hoogte van de pensioenuitkering het uitgangspunt. In het nieuwe pensioenstelsel komen er 2 mogelijke nieuwe pensioenregelingen. In beide regelingen is de ingelegde premie het uitgangspunt in plaats van de hoogte van de pensioenuitkering. Je bouwt een persoonlijk pensioenkapitaal op. Zo wordt duidelijker wat je aan premie inlegt en wat je daarmee aan kapitaal opbouwt.
De solidaire premieregeling: voorheen bekend als ‘het nieuwe pensioencontract’
De deelnemer bouwt een persoonlijk pensioenkapitaal op met de voor hem betaalde premies en de beleggingsresultaten. De premie wordt namelijk samen met de pensioenpremie van de andere deelnemers belegd. Er is sprake van één beleggingsbeleid voor zowel actieve deelnemers, gewezen deelnemers als pensioengerechtigden. De deelnemer kan in deze regeling géén risicoprofiel kiezen en er zal een risicoprofiel bepaald worden voor alle deelnemers samen.
Met de nieuwe pensioenregeling maakt ook de solidariteitsreserve zijn entree. Deze reserve is verplicht bij deze regeling en is een collectief spaarpotje voor slechtere tijden en dekt risico’s af. Bijvoorbeeld het langleven risico wordt met elkaar gedeeld. De reserve kan ook een daling van het pensioenvermogen (gedeeltelijk) opvangen. Het pensioenfonds bepaalt vooraf de verdeelsleutels. Daarnaast kunnen de beleggingsrisico’s over de tijd gespreid worden.
Op de pensioendatum wordt er in deze regeling een variabele pensioenuitkering aangekocht bij dezelfde pensioenuitvoerder. Na de pensioendatum krijgt de deelnemer een levenslange uitkering door periodiek een gedeelte uit het voor hem gereserveerde vermogen te onttrekken. Hierdoor wordt het eigen pensioenvermogen bij iedere onttrekking iets lager. Ook na pensioneren beweegt de pensioenuitkering mee met de beleggingsresultaten. De uitkering kan dan hoger of lager worden. Dit is afhankelijk van de beleggingsresultaten en de rente.
De flexibele premieregeling: voorheen bekend als ‘de verbeterde premieregeling’
Ook in deze regeling bouwt de deelnemer met de premies en de beleggingsresultaten een persoonlijk pensioenkapitaal op. Het kapitaal wordt samen met het kapitaal van de andere deelnemers belegd. In deze regeling is er voor de actieve deelnemers en gewezen deelnemers een ander beleggingsbeleid dan voor pensioengerechtigden.
De deelnemer kan in deze regeling zelf bepalen welke risico’s hij of zij kan en wil lopen met de beleggingen. Dit kan door het kiezen van een risicoprofiel, bijvoorbeeld neutraal, defensief of offensief. De deelnemer is niet verplicht een keuze te maken als hij dat niet wil. In dat geval zal er een goed standaardrisicoprofiel geregeld worden.
Ook bij deze regeling kan een reserve worden opgebouwd om risico’s zoals het langlevenrisico met elkaar te delen, de zgn. risicodelingsreserve. Maar dat is bij de flexibele premieregeling niet verplicht. Het pensioenfonds bepaalt vooraf de verdeelsleutels. Daarnaast kunnen de beleggingsrisico’s ook in deze regeling over de tijd gespreid worden.
Op de pensioendatum koopt de deelnemer van het opgebouwde vermogen een pensioenuitkering aan. Dat kan een vaste pensioenuitkering zijn, maar het is ook mogelijk om na pensioneren te blijven doorbeleggen, de uitkering is in dit geval variabel. Als de beleggingsresultaten goed zijn, kan het pensioen dan hoger worden, zijn de resultaten minder goed dan kan het pensioen ook lager uitvallen.
In de flexibele premieregeling is er sprake van een beperkt 'shop-recht’. Dit betekent dat als het pensioenfonds de gewenste uitkeringsvorm niet aanbiedt, een deelnemer naar een andere uitvoerder mag overstappen die dat wel doet.
Met de werkgroep zullen we verder onderzoeken welke premieregeling we denken dat het best bij het ExxonMobil OFP past.