Mei 2022: Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen naar de 2e Kamer

Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen
Op woensdag 30 maart heeft Carola Schouten, Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, het wetsvoorstel Toekomst Pensioenen aangeboden aan de 2e Kamer ter behandeling. Het voorstel is samen met de Memorie van Toelichting (363 blz) en meer dan 20 bijgevoegde stukken gepubliceerd inclusief alle opmerkingen uit voorgaande toetsingen en het advies van de Raad van State. Naast dit wetsvoorstel is er op 1 april ook lagere regelgeving in consultatie gegaan.

                                            

Eind april en begin mei zijn er 2 rondetafelgesprekken geweest in de Kamer met pensioenspecialisten. Tevens krijgen de kamerleden de mogelijkheid om vragen over het wetsvoorstel in te dienen. Uiteindelijk is het plan om het wetsvoorstel na deze rondetafelgesprekken en schriftelijke vragenrondes nog vóór het zomerreces in de Kamer te behandelen. Het zal aan de vragen en discussies liggen of dit gaat lukken. Als de wet voor het zomerreces door de Kamer zou worden aangenomen, zal deze na de zomer naar de 1e Kamer voor behandeling gaan.  En als de 1e Kamer de wet voor december goed zou keuren, dan kan deze ingaan op 1 januari 2023. Implementatie van de wet zal dan uiterlijk 1 jan 2027 moeten gebeuren.

De werkgroep Pensioenakkoord
Op dit moment zijn we het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting aan het bestuderen om te kijken of alles duidelijk is, of dat er nog onderdelen zijn die vragen oproepen. Hiervoor kunnen kamerleden benaderd worden om een vraag in te dienen voor meer duidelijkheid of zelfs wijziging van een deel in het wetsvoorstel. Dit hebben we recent gedaan met enkele andere pensioenfondsen die in België gevestigd zijn, om meer duidelijkheid te krijgen over de toepassing van de wet voor in het buitenland gevestigde pensioenfondsen.

Met de ‘werkgroep Pensioenakkoord’ waarin ondernemingsraadsleden, pensioenraadsleden, werkgeversafgevaardigden en drie additionele gespecialiseerde leden zitten, zullen we alle keuzes die gemaakt moeten worden verder uitwerken ter ondersteuning van de implementatie van de nieuwe wetgeving.

Zo zullen we bestuderen welke soort premieregeling onze voorkeur heeft, wat de voor- en nadelen van wel of niet overbrengen van de opgebouwde rechten  zijn (zgn. invaren) en hoe compensatie van het afschaffen van de premie doorsneesystematiek vorm kan worden gegeven (door het overgaan van een uitkeringsregeling met een leeftijdsonafhankelijk opbouwpercentage naar een premieregeling met een leeftijdsonafhankelijke premie).

Momenteel is de werkgroep zich aan het verdiepen in de premieregelingen waaruit gekozen kan worden. Alle pensioenafspraken tussen werkgevers en werknemers worden namelijk premieregelingen. Dat zijn regelingen waarbij er geen afspraken worden gemaakt over de uitkering tijdens het pensioen zoals de huidige middelloonregeling, maar over de premie die werkgevers en werknemers betalen en daarmee inleggen voor het pensioen.

In de voorgestelde wetgeving zijn twee mogelijke regelingen opgenomen, namelijk de Flexibele Premieregeling en de Solidaire Premieregeling.

Flexibele premieregeling
Bij de Flexibele Premieregeling bouwt de deelnemer met de premies en beleggingsresultaten een persoonlijk pensioenkapitaal op. Het kapitaal wordt samen met het kapitaal van de andere deelnemers belegd. Voor de actieve deelnemers is er een ander beleggingsbeleid dan voor pensioengerechtigden. De deelnemer kan in deze regeling zelf bepalen welk risico hij of zij wil lopen met de beleggingen door het kiezen van een bepaald risicoprofiel, bijvoorbeeld neutraal, defensief of offensief. De deelnemer hoeft geen keuze te maken als hij dat niet wil. In dat geval zal er een goed standaardrisicoprofiel geregeld worden.

Na pensioneren koopt de deelnemer van het opgebouwde vermogen een pensioenuitkering aan. Dat kan een vaste pensioenuitkering zijn maar het is ook mogelijk om na pensioneren te blijven doorbeleggen. Als de beleggingsresultaten goed zijn, kan het pensioen dan hoger worden, zijn de resultaten minder goed dan kan het pensioen ook lager uitvallen. Het pensioen is in dit geval dus variabel.

Solidaire Premieregeling
Bij de Solidaire Premieregeling bouwt de deelnemer ook een persoonlijk pensioenvermogen op met de pensioenpremies en beleggingsresultaten. Het kapitaal wordt ook hier samen met het pensioenkapitaal van de andere deelnemers belegd. Er is bij deze regeling echter sprake van één beleggingsbeleid voor zowel actieve deelnemers als pensioengerechtigden. De deelnemer kan in deze regeling géén risicoprofiel kiezen en zal er een risicoprofiel bepaald worden voor alle deelnemers samen.

Na pensioendatum krijgt de deelnemer een levenslange uitkering door periodiek een stukje uit het voor hem/haar gereserveerde vermogen te onttrekken. Ook na pensioneren beweegt de pensioenuitkering mee met de beleggingsresultaten en kan daardoor hoger of lager worden afhankelijk van de beleggingsresultaten en de rente. Het is in deze variant niet mogelijk om een vaste pensioenuitkering te krijgen.

Met de werkgroep zullen we verder onderzoeken welke premieregeling we denken dat het best bij het ExxonMobil OFP past.

December 2021: Stand van zaken Wet Toekomst Pensioenen
Eind november heeft staatssecretaris Wiersma van SZW een voorstel ingediend bij de ministerraad om het wetsvoorstel Toekomst Pensioenen te sturen naar de Raad van State voor advies en hiermee is ingestemd door de ministerraad. Inmiddels is het wetsvoorstel dan ook ingediend bij de Raad van State.

Het conceptwetsvoorstel is eerder ter toetsing en advies gestuurd naar verschillende toezichthouders zoals DNB, AFM en de Belastingdienst als ook naar het College voor de Rechten van de Mens en de Raad voor de Rechtspraak.

De verwachting is dat het wetsvoorstel voor de zomer ter behandeling naar de Tweede Kamer kan worden gestuurd. Zoals al eerder aangegeven, is het streven om de wet uiterlijk 1 januari 2023 in werking te laten treden met als uiterlijke implementatiedatum 1 januari 2027.

De Pensioenakkoord werkgroep die bij ExxonMobil is gevormd, bestaande uit vertegenwoordigers van werkgever, werknemers en gepensioneerden heeft zich in de afgelopen tijd bezig gehouden met het verzamelen en bestuderen van beschikbare informatie over de nieuwe wetgeving en met het van gedachten wisselen met elkaar over deze informatie. Er zijn in de werkgroep een paar wisselingen van deelnemers geweest en in het nieuwe jaar zullen een aantal nieuwe leden de werkgroep versterken vanwege hun deskundigheid en achtergrond.

Mei 2021: Stand van zaken uitwerking pensioenakkoord
Op 10 mei 2021 heeft demissionair minister Koolmees een brief gestuurd naar de Tweede Kamer inzake de voortgang van het proces van het wetsvoorstel Toekomst Pensioenen. Hierin heeft hij aangegeven dat het ingaan van de wetgeving uitgesteld zal worden met maximaal een jaar tot uiterlijk 1 januari 2023. De verwachting is dat het wetsvoorstel begin 2022 naar de Tweede Kamer zal gaan voor behandeling en dat tegelijkertijd de lagere regelgeving zal worden opengesteld voor consultatie.

De overgangsperiode van 4 jaar zal naar alle waarschijnlijkheid gehandhaafd blijven om een zorgvuldige transitie mogelijk te maken. Daarmee zal de uiterste implementatiedatum 1 januari 2027 worden waarbij eerdere implementatie mogelijk blijft.

Dec 2020/Feb 2021: Consultatie Wet Toekomst Pensioenen
Op 16 december 2020 is de consultatie Wet Toekomst Pensioenen gepubliceerd, een eerste uitwerking van de aangepaste pensioenwet en de bijbehorende wijzigingen van de wet inkomstenbelastingen. Tevens is een memorie van toelichting hierbij gepubliceerd. Hierin zijn een aantal zaken verder toegelicht onder andere op het gebied van de mogelijke premiecontracten, het fiscale pensioenkader, de transitie naar de nieuwe wetgeving en het nabestaandenpensioen.

Iedereen had de mogelijkheid om op deze consultatie te reageren en dit heeft 482 reacties opgeleverd van individuen en instanties waaronder de Pensioenfederatie, actuarissen, pensioenuitvoerders, pensioenadviseurs, belangenverenigingen en pensioenfondsen. Ook ExxonMobil OFP heeft op de consultatie gereageerd met een aantal vragen en opmerkingen. Het grote aantal reacties illustreert dat nog steeds de nodige details verder moeten worden uitgewerkt. Dit zal in de komende maanden gedaan worden.

De verwachting is nu dat in het 3e kwartaal de nieuwe wetgeving aan de Tweede kamer zal worden aangeboden. Op dit moment gaat men er nog steeds van uit dat de wetgeving januari 2022 zal worden ingevoerd. Daarna moeten alle pensioenregelingen in Nederland worden aangepast. Daarvoor hebben werkgevers en pensioenfondsen tot uiterlijk 2026 de tijd. Zie hieronder voor de verder uitgewerkte planning.

Juni 2020: Uitwerking van het pensioenakkoord; de hoofdlijnennotitie
Op maandag 22 juni 2020 heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief gestuurd naar de Tweede Kamer met de hoofdlijnennotitie over de uitwerking van het pensioenakkoord. Er heeft ook een raadpleging plaatsgevonden van de achterban van de werknemersorganisaties.

Het kabinet, werkgevers en werknemers waren het een jaar geleden al eens over de hoofdlijnen van het pensioenakkoord. Nu ligt er een voorstel voor de uitwerking van het nieuwe contract, het transitiekader en het fiscale kader. Daarmee lijken we definitief op weg naar een ander pensioen.

Onderstaand volgt in hoofdlijnen wat is beschreven, met daarbij de kanttekening dat de exacte wetgeving en verdere implementatie binnen onze pensioenafspraken nog niet gekend zijn.

Wat blijft?

  • Pensioen wordt nog steeds samen geregeld door overheid, werkgever en werknemer. Geld wordt opzij gezet voor pensioen. Gaat het niet goed met de economie? Dan worden de gevolgen voor het pensioen samen opgevangen.
  • Iedereen krijgt pensioen zolang hij of zij leeft.
  • Een deel van het pensioen bestaat uit de AOW, een uitkering van de overheid. Aan de AOW verandert nu niets.

Wat wordt anders?

  • Alle pensioencontracten tussen werkgevers en werknemers worden premieregelingen. Dat is een regeling waarbij er geen afspraken worden gemaakt over de uitkering tijdens het pensioen, maar over het geld dat werkgevers en werknemers betalen en daarmee inleggen voor het pensioen.
  • Pensioen gaat meebewegen met de economie. Hierdoor wordt het pensioen onzekerder en zal  ieder jaar omhoog of omlaag gaan. Het pensioen van gepensioneerden gaat zo min mogelijk schommelen.
  • Jong en oud gaan het pensioen krijgen waarvoor ze betalen, jongeren betalen niet meer mee aan het pensioen van ouderen.
  • Voor iedereen wordt het bedrag zichtbaar dat opzij is gelegd om zijn of haar pensioen op te bouwen.
  • Ieder jaar wordt een inschatting gemaakt van het pensioen dat iedereen die nog werkt later kan verwachten. En elk jaar wordt ook uitgerekend hoe hoog het pensioen is van gepensioneerden. Die berekening kan elk jaar anders uitvallen.
  • Er wordt per pensioenfonds bekeken hoe de al opgebouwde pensioenrechten het beste binnen de nieuwe wetgeving passen.

Wanneer veranderen de regels?

 Juli 2020 Instemming door de achterbannen en algemeen voorstel naar de 2e Kamer 
 Dec 2020 Publicatie consultatie Wet Toekomst Pensioenen, open voor reacties tot 12 feb  2021
 3e kwartaal 2021 Wetsvoorstel naar Tweede Kamer. Als wet door Tweede en Eerste Kamer is goedgekeurd, gaat de nieuwe pensioenwet in.
 2022 Verwachte invoering nieuwe wetgeving pensioenen en het gerelateerde fiscale kader.
 2022-2023 Werkgevers en werknemers maken afspraken op basis van de nieuwe regels.
 2024-2025 Periode waarin pensioenfondsen de nieuwe regels en de afspraken die door werkgevers en werknemers gemaakt zijn, moeten gaan invoeren. Dit betekent voor bijna alle pensioenfondsen een nieuwe regeling en een nieuwe pensioenadministratie.
 Jan 2026 Alle pensioenverstrekkers moeten voldoen aan de nieuwe wetgeving.


Juni 2019: Het pensioenakkoord op hoofdlijnen
Na jaren van gesprekken en onderhandelingen is er begin juni 2019 een pensioenakkoord gesloten tussen kabinet, werkgevers en werknemers. De afspraken in het pensioenakkoord hebben tot doel dat het Nederlands pensioenstelsel beter aan zal sluiten op de veranderende arbeidsmarkt, pensioenregelingen persoonlijker en transparanter worden en er voor meer mensen eerder zicht komt op een koopkrachtig pensioen. Het akkoord omvat de volgende punten:

  • AOW leeftijd stijgt minder snel
  • Pensioenfondsen mogen de pensioenuitkering aanpassen bij economische goede of juist slechtere tijden
  • Op pensioendatum kunnen gepensioneerden straks maximaal 10% van het door hen opgebouwde pensioen opnemen
  • Nieuwe, pensioencontracten met een fiscaal gemaximeerde pensioenpremie
  • Betere pensioenafspraken voor mensen met zware beroepen
  • Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen

Dit pensioenakkoord was een akkoord op hoofdlijnen waarvan de details inclusief overgangsafspraken uitgewerkt moesten worden door kabinet, werkgevers en werknemers in verschillende technische werkgroepen.

AOW leeftijd stijgt minder snel
Onderdeel van dit pensioenakkoord is dat de AOW leeftijd minder snel zal stijgen. De wetgeving voor de komende jaren is hiervoor al ingegaan in 2019. Onderstaande tabel geeft die nieuwe AOW leeftijden aan:

 Jaar  AOW leeftijd akkoord
 2019  66 jaar en 4 maanden
 2020  66 jaar en 4 maanden
 2021  66 jaar en 4 maanden
 2022  66 jaar en 7 maanden
 2023  66 jaar en 10 maanden
 2024  67 jaar
 2025  67 jaar

 

Na 2025 zal de AOW leeftijd met 2 maanden stijgen voor elke 3 maanden dat de levensverwachting stijgt.
Voor gepensioneerden die gekozen hebben voor de AOW overbruggingsuitkering wijzigt er niets.
De pensioenplanner is aangepast aan deze nieuwe AOW leeftijden.

Wat merk ik nu van de nieuwe regels?
Voorlopig merk je nog niets. Het schrijven van de nieuwe wetgeving en de goedkeuring hiervan, de besluitvorming van werkgevers en werknemers over de nieuwe regeling en de overgang, en tot slot de daadwerkelijke transitie van de pensioenen zal nog een aantal jaren in beslag nemen.

Kijk ook eens op de volgende websites voor meer informatie: